Terug naar de Dansstijlen

Candomblé


Herkomst: Brazilië

Dans: Suzana Martins danst de Yemaya, Iansa en Xango

Workshop: Suzana Martins geeft amateurs een workshop


Braziliaanse dans is sterk beïnvloed door de dansen van de Afrikanen die als slaven aan de kust woonden. De dansbewegingen uit de candomblé zijn te zien tijdens de rituelen, maar hebben ook een eigen plek gevonden in de folkoredansen die onder andere opgevoerd worden tijdens de carnavalsparades.


Candomblé ontstond een aantal eeuwen geleden uit een vermenging van Afrikaanse elementen met de oorspronkelijke Indiaanse cultuur en met de heersende katholieke cultuur van Bahia. In de beginperiode was de verwantschap met katholieke heiligen een manier om de religie geoorloofd te kunnen praktiseren. Vanaf het begin van de 19de eeuw tot 1970 was candomblé verboden. Tegenwoordig heeft 1,5 % van de Braziliaanse bevolking candomblé als religie. Zij geloven dat elke mens een orisha heeft die hen kan helpen bij de concrete levensbehoeftes: gezondheid, werk, geld of een dak boven het hoofd. Soms wordt candomblé op dezelfde lijn van zwarte magie en hekserij geplaatst als voodoo in Haïti of de Cubaanse santería. De goden in candomblé zijn echter niet voor kwade doeleinden. Candomblé kan ook helpen de relatie met de natuur te verbeteren. Een candomblé-huis staat in een groen gebied en heeft heilige bomen. 


De voorbereidingen voor een ritueel, dat plaatsvindt in een speciaal huis, de terreiro, beginnen meestal een week van tevoren. Alleen ingewijden zijn daarbij aanwezig. Het kan zeven jaar duren om een ingewijde te worden. Candomblé wordt van de ene ingewijde op de andere doorgegeven; daarom is de religie met veel geheimzinnigheid omgeven. Alleen een ingewijde kan de axé, de speciale energie, tijdens het ritueel overdragen. Het ritueel zelf, dat gehouden wordt in de Yoruba-taal uit Nigeria, is toegankelijk voor iedereen. Goden en vooroudergeesten, de orisha's, worden aangeroepen in een uitgebreide ceremonie met percussiemuziek, dansen, zingen en eten. De percussie en de melodielijnen van de zang, die gaat over de daden van de goden, roepen bepaalde orisha’s op. Zij verschijnen in de lichamen van de ingewijden, die in een trance-achtige staat verkeren.


Candomblé-muziek heeft een sterke invloed op populaire Braziliaanse muziekstijlen. In een terreiro staan drie heilige vaasvormige trommels, atabaque. Rum is de grootste, die de andere twee antwoordt en gewijd is aan Oxun. De middelste heet rupim en de kleinste lé, gewijd aan Oxossi. Het trommelvel is van dierenhuid, die geofferd is voor de goden. De drums zijn wit geschilderd en er zit een strik van witte stof omheen. De drums worden met de handen bespeeld of met takjes van de guaveboom. Daarnaast worden agogo (dubbele bellen) bespeeld. De drummers zijn ‘ogans’, mannen die tijdens een ceremonie in hun jeugd zijn gekozen door een godheid. Zij gaan nooit in trance.


Er zijn ruim 400 orisha’s, waarvan er slechts zo’n twintig in de rituelen voorkomen. De goden symboliseren verschillende krachten van de natuur. Elke orisha heeft zijn eigen dansbewegingen, eigen ritme en eigen inleidend gezang. 


Suzana Martins


Suzana Martins is een van de weinigen bij wie de dansen van de candomblégoden te leren zijn, ook voor niet-ingewijden buiten Brazilië. Suzana begon met dansen in de jaren '70. Ze leerde capoeira, samba, en de dansen van de orisha's als folklore. Het ritme pakte haar en toen ze ontdekte dat candomblé een hele religie omvatte, besloot ze om het te gaan bestuderen en onderwijzen.


Ze haalde haar graad in moderne dans in Philadelphia. Vanaf 1992 verblijft ze lange periodes in het candomblé-huis Ile Axé Jagum om over candomblé te praten en de rituelen te observeren. Ze is een niet-ingewijde, een helper. Ze maakte haar thesis over Yemaya, de moeder van alle orisha's en godin van zout water, en geeft sinds 1997 les in de praktijk en het onderzoek naar candomblé.


In haar voorstelling toont Suzana in de typische dracht van Bahia, een wijde witte rok en kanten hes, de bewegingen van verschillende goden. Als zij Iansã uitbeeldt, de godin die tegen negatieve krachten werkt en wind oproept, gooit ze met twee handen haar rok omhoog en draait rond terwijl ze haar rok omhoog en omlaag beweegt. Als Xangó, de god van de donder en de storm, springt en draait ze rond met een bijl in elke hand. En bij het vertolken van Yemaya is water sprenkelen en het omhangen van de sieraden belangrijk. Bovendien schokt ze met haar bekken alsof ze telkens een andere god baart. Suzana laat ook een kort moment zien hoe het dansen in trance er uit ziet: ronddraaien terwijl het lichaam zachtjes schudt en voorover buigen met gesloten ogen.