Balinese dans


Herkomst: Bali

Dans: Eka Santi Devi danst de Taruna jaya

Duet: Eka Santi Devi danst samen met Aafke de Jong de Panyuembrama, een welkomstdans.

Muzikale begeleiding: gamelanorkest Dwi Makar. 


Balinese dansen komen van het Indonesische eiland Bali. Kenmerkend voor Balinese dans zijn naast de indrukwekkende kostuums, vooral de expressieve gezichtsuitdrukking. De sierlijke bewegingen van hoofd, nek, schouders, armen, vingers en tenen, zijn soms vloeiend en ingetogen, dan weer fel en krachtig. In de dans is altijd nauwe samenwerking met de gamelanmuziek, die meestal live wordt uitgevoerd. Balinese dans ligt diep geworteld in de religie, die een unieke samensmelting vormt van Hindoeïsme, Boeddhisme en voorouderverering. Tijdens de vele kleurrijke tempelceremonies helpt dans de balans tussen positieve en negatieve krachten in stand te houden.


De Balinezen geloven in een ontastbare, onzichtbare wereld, niskala, naast een tastbare, zichtbare wereld, sekala. Het doel van de Balinese religie en de taak van de Balinezen is, deze twee werelden steeds opnieuw met elkaar in balans te brengen, waardoor geluk en harmonie in het leven kunnen ontstaan. Totdat eind 19e eeuw de Europeanen kwamen, waren de meeste voorstellingen drama’s die de hele nacht doorgingen. Indiase en Indonesische godenverhalen en legenden waren het onderwerp van deze stukken, waarin dans, zang en acteren werden gecombineerd. Mede doordat de Europeanen korte, aantrekkelijke stukken zonder verhaal of tekst wilden, die geen culturele achtergrond of begrip vereisten ontstonden er vele nieuwe dansen, gebaseerd op de pure dansstukken uit de langere theatrale en religieuze voorstellingen. 


Bali kent veel verschillende dansstijlen. Er zijn dansen met een verhaal zoals de Ramayana, rituele dansen, maskerdansen, krijgsdansen en hofdansen. Er zijn ook dansen voor entertainment, zoals legong, kecak en kebyar. De kebyar is de meest beoefende dans- en muziekstijl. Het is een relatief moderne ontwikkeling, ontstaan aan het begin van de 20e eeuw. Kebyar, wat te vertalen is als ‘een plotselinge uitbarsting’ (bijvoorbeeld van een bloemknop), kenmerkt zich door explosieve ritmes, afgewisseld met melodieuze gedeelten, die door de danseres worden omgezet in een zeer expressieve gelaatsuitdrukking met talloze emoties. De overgangen van ene emotie naar de andere verlopen zeer abrupt. 


Taruna jaya is een Noord-Balinese kebyar-dans die speciaal is gemaakt voor een of soms twee vrouwen. Vanuit de feodale maatschappij van Bali aan het begin van de 20e eeuw ontstond onder de vrouwelijke bevolking meer en meer de behoefte om zich te manifesteren op de podia. Anders dan het dansen tijdens ceremonies, waarbij vrouwen en meisjes voor de ogen van de goden (en koningen) van oudsher wel in vrouwenkleding dansten, werd het dansen van vrouwen als entertainment gezien als onzedelijk. Vrouwen mochten echter wel als man verkleed op het podium verschijnen. In het Balinese theater is zogenaamde ‘genderswitching' (sekseverwisseling) een veel voorkomend fenomeen. Veel Balinese dansen kunnen dan ook door zowel vrouwen als mannen worden uitgevoerd. 


In het kostuum van de taruna jaya wordt mannendracht en vrouwendracht gecombineerd. De kamben, het Balinese woord voor de traditionele wikkelrok, in de volksmond ook wel sarong genoemd, en de gelungan, de hoofdtooi, worden in de mannenstijl gedragen. De rest van het kostuum is op de dracht van de hofdansen van het genre legong (met name de lange mouwen en de leren ornamenten rondom de schouders) gebaseerd. Tegenwoordig wordt de dans ook wel door mannen uitgevoerd, al wordt hij hier gedanst door de Balinese danseres Eka Santi Dewi. De dans beeldt een jonge man (taruna) uit die in de kracht van zijn leven is (jaya = geweldig, schitterend, machtig). Zij danst de dans met een waaier, die het speelse, flirtende element van de puberteit benadrukt en er is zelfs een scene waarin zij lonkt naar een van de musici. 


Eka Santi Dewi werd geboren in 1980 in het bergdorp Satera in het noordoosten van Bali. Zij begon op zevenjarige leeftijd met dansen en verliet op 18 jarige leeftijd de befaamde Akademie SMKI te Batubulan, met een Eerste prijs voor Dans. Sinds 1998 geeft ze les aan één van de grootste dansscholen van Bali, Sanggar Tari dwi mekar. Ze groeide uit tot een veelgevraagde danseres op religieuze ceremonies en feestelijkheden, en brengt haar dansen veelvuldig op internationale podia. Samen met Aafke de Jong danst Eka de Panyembrama een welkomstdans.


Aafke de Jong studeerde in 1993 af aan de Rotterdamse Dansacademie met als specialisaties moderne dans en jazzdans. Zij specialiseerde zich vervolgens in Indonesië aan het conservatorium van Denpasar in de Balinese danskunst en nam danslessen bij verschillende vooraanstaande docenten. Terug in Nederland volgde Aafke de studie Talen en Culturen van Indonesië aan de Universiteit Leiden. Van 1999 tot 2003 woonde Aafke weer op Bali, waar ze DwiBhumi - Centre for Balinese Art and Culture oprichtte.