Pencak silat

Herkomst: Indonesië
Dans: Charles Renoult verbeeldt in zijn solo de vier windstreken.
Het moderne duet, gedanst door Chhau danseres Manisha Bhargava en Pencak silat danser Charles Renault laat de overeenkomsten en verschillen in de techniek van deze twee stijlen zien.

Pencak silat maakt deel uit van de Indonesische cultuur en het sociale leven. Daardoor heeft het zowel elementen van dans, theater, sport, als ook pedagogische en filosofische kanten. Pencak silat staat voor ‘sierlijke en snelle bewegingen’. In deze traditionele zelfverdedigingstechniek, die sterk geïnspireerd is door het bewegingsidioom van dieren, wordt gewerkt op een mentaal-spiritueel vlak aan technieken, die zelfbescherming en zelfverdediging tot doel hebben, en aan de schoonheid van het gevecht. Gevechten in de pencak silat worden benaderd als dans en zijn een spel, waarin zowel snelle en harde als ook heel zachte, speelse technieken aan bod komen.

Pencak silat werd in Indonesië in de vijfde eeuw, tijdens het bewind van Srindjaja, ook wel Mojoh Pahit genaamd, geïntroduceerd door Indiase monniken van het Vishnugenootschap bij de boeren die werden onderdrukt. De eerste bevolkingsgroep die de pencak silat gebruikte ter verdediging van haar landsgrenzen was de Minangkabaubevolking van het eiland Sumatra. Het pencak silatelement zat voornamelijk in de wijze waarop men vocht met landbouwwerktuigen als de dorsvlegel, golok (kapmes), sikkel en de arit (rijstmes). In beginsel gebruikten de Minangkabau het als een wapenkunst. Door de eeuwen heen ontwikkelde pencak silat zich verder, onder meer onder invloed van de plaats waar de beoefenaars woonden. Dat uitte zich in het ontstaan van diverse stijlen, van vechtstijlen en flora-faunastijlen tot ondergrondstijlen (bergen, zandgrond of moerasgrond). Er zijn wel meer dan honderdvijftig stijlen.

Pencak silat kwam in Nederland mee met de KNIL-militairen na 1950. Daarom zijn er in Nederland zoveel pencak silatscholen en -bonden.
De Anomanstijl was een van de stijlen, die werd aangevoerd door Guru Verdi Phefferkorn, een Indische luchtmachtpiloot en tevens stijlhouder. De Anomanstijl is een innerlijke krijgskunststijl. Het gevecht wordt niet met een tegenstander aangegaan, maar met het 'zelf'. De gevechtskunst wordt aangewend om lichaam en geest te toetsen en vanuit een open houding de buitenwereld tegemoet te treden. De Anomanstijl heeft het verhaal van Hanuman uit de Ramayana-overlevering uit India als centraal thema. Sita wordt ontvoerd en apengeneraal Hanuman redt haar. Dit verhaal is vervat in eeuwenoude bewegings- en danspatronen. De eigenschappen van Hanuman, moed, trouw en de vaardigheid vanuit het niets te verschijnen en verdwijnen, zijn een inspiratiebron voor de beoefenaars van deze stijl.

Charles Renoult beoefent de Pukulan pencak silat Anomanstijl. Hij heeft zich in de bewegingschoreografieën bekwaamd en voert ze als pencak silatdanser uit. In dansen als de Vierwindstrekendans en de Anomandans toont hij hoe hij de tegenstander in verwarring kan brengen en met misleidende bewegingen een aanval gracieus afweren. Naast het dansen werkt Charles als choreograaf. Hij is als docent werkzaam aan het Utrechts Centrum voor de Kunsten en aan de Acteerschool in Rotterdam, waar hij zijn pencak silatkennis aanwendt bij het opleiden van acteurs. Voorts werkt hij samen met maatschappelijke organisaties die voor de zwakkeren in de samenleving opkomen; met hen geeft hij workshops of choreografeert pencak silatvoorstellingen.