Chhau

Herkomst: India
Dans: Manisha Bhargava danst de solo Dandi
Duet: Chhau duet Pari-Khanda wordt gedanst door Manisha Bhargava en Sukant Kumar Archaya
Het moderne duet, gedanst door Chhau danseres Manisha Bhargava en Pencak silat danser Charles Renault laat de overeenkomsten en verschillen in techniek tussen deze twee stijlen zien.

Chhau is een complexe en elegante Oost-Indiase dansvorm die voortkomt uit de vechtkunst, klassieke dans en de lokale folklore van de staat Orissa. Het woord ’chhau’ kent verschillende interpretaties: schaduw, beeld, vermomming, omdat meestal bij deze dans een masker wordt gedragen; als werkwoord betekent het aanvallen of jagen, een verwijzing naar de vechtkunst. In chhau worden voornamelijk solo’s en duetten gedanst. Naast thema’s uit de natuur worden van oudsher mythologische helden uitgebeeld uit de grote heldendichten Mahabharata en Ramayana. In de loop van de tijd werden vrouwelijke karakters en meer diverse thema’s toegevoegd aan de dansen in het repertoire. Chhau heeft naar men denkt zelfs invloed gehad op de Balinese dans in de tijd dat Orissa over Bali heerste.
De muzikale begeleiding voor chhau bestaat uit de kleine trommel nagra, de cilindrische trommel dhol en de rietfluit shehnai. De melodieën zijn voornamelijk gebaseerd op de klassieke Indiase raga’s.

Chhau begon in de staat Bihar als de vechtkunstvorm pari-khanda (pari betekent schild en khanda zwaard). Dat is nog te zien in de statige dansen, die beginnen met een gechoreografeerd spel van de vechtpassen. Naast elkaar tonen de dansers hun vaardigheid en beheersing, met ieder een zwaard en een schild in de hand. Ze stappen met grote passen naar voren en opzij en beschrijven figuren op de grond en in de lucht. Wanneer de trommel sneller speelt gaan de zwaarden draaien in de hand en eindigt de dans met een kort gevecht tegenover elkaar. De vechtkunst diende oorspronkelijk om de dorpen te verdedigen. In de 18e en 19e eeuw hechtten de prinselijke heersers veel waarde aan de ontwikkeling van deze kunst en zij onderhielden speciale groepen, die optraden bij festivals en speciale gelegenheden.

Het wezen van chhau dansen is voornamelijk gebaseerd op de coördinatie van de bewegingen van de benen en het golvende bovenlichaam. Chhau heeft ook percussief voetenwerk; zoals een drieklank met de bal, de hak en de hele voet. De maskers worden gedragen om de aandacht te vestigen op het lichaam en de ledematen, die de expressie weergeven.
Er zijn in chhau drie verschillende stijlen: Seraikella, Purulia en Mayurbhanj. Seraikella is een klein dorp in Bihar. Elk jaar in de eerste week van april is er een festival, dat een week duurt en waar alle bewoners participeren in het ritueel dat de chhaudans voorafgaat. In de Seraikella stijl lijken de maskers veel op die van het Japanse Noh-theater en de Wayang Wong van Java. Het zijn gladde gezichten met een neutrale expressie in verschillende kleuren; voorzien van haar en hoofdtooien. Chhaudansen beelden onder andere de natuur en de dierenwereld uit. Zo is er een slangendans, een oceaandans en een pauwendans, de mayura nritya. Bij het ‘gedrag van de pauw in het regenseizoen’ spelen de heupen een belangrijke rol: ze wiegen naar voren en naar achteren, terwijl de danser voorovergebogen voortstapt en wisselend zijn knieën optrekt. Vaak houdt hij één arm gebogen vóór en de andere gestrekt opzij.
Dansen met een masker is tamelijk inspannend. De dansen duren daarom vaak niet langer dan tien minuten. De dansen in Purulia in West-Bengalen kunnen echter wel vier keer zo lang duren en een hele voorstelling de hele avond. De Purulia-stijl kent maar één thema: de strijd tussen goed en kwaad.

In de Mayurbhanj-stijl wordt geen masker gedragen. Een van de dansen heeft de godin Durga als hoofdpersoon, een andere een brahmaan. Slechts in het bezit van een aarden pot voor water en een stok (goudkleurig weliswaar!) waaraan een zak met etenswaren hangt, is de brahmaan op zoek naar de zin van het leven. De dans laat verschillende stadia in zijn leven zien en eindigt als de muziek sneller wordt in een vreugdedans van vrijheid en extase.

In India zijn ongeveer dertig chhau-guru’s en -dansers actief, waarvan Manisha Bhargava er een is. Zij is geschoold in klassieke Indiase dans, aerobics en yoga. Zij vertolkt de Mayurbhanj-stijl, die ze leerde bij Guru Janmejoy Sai Babu van het Natya Ballet Centre. Mayurbhanj chhau is de laatste jaren populair geworden, omdat het grote scala aan houdingen en bewegingen zich goed leent om te verwerken in zowel traditionele als moderne choreografieën.