Breakdance

Herkomst: USA
Dans: Freezone


Breakdance is een van de vier onderdelen van de hiphopcultuur. Turntablism/dj’en, rap en grafitti zijn de andere drie; sommigen voegen er nog een vijfde onderdeel aan toe, beatbox, het maken van ritmes met de mond. In het spraakgebruik worden alle stijlen die op hiphopmuziek gedanst worden vaak ‘hiphop’ genoemd.
De oorsprong van breakdance ligt op straat, in wijken in New York waar veel Afro-Amerikanen en Latino’s wonen zoals The Bronx. Groepen jongeren kwamen bij elkaar om te laten zien wat ze konden in een dansante competitie. Daaruit zijn de battles ontstaan, breakdance-wedstrijden tussen twee personen waarbij het gaat om de origineelste bewegingen.
De naam breakdance ontstond eind jaren ’70 door de manier waarop muziek werd gebruikt. Dj’s begonnen meerdere draaitafels en een mixer te gebruiken om een pauze, break genoemd, in een nummer te kunnen verlengen. De allereerste benaming voor de dans op deze nummers was b’boying, van ‘break boy’. De eerste groep die hiermee bekend werd, was de Rocksteady Crew. Een crew is een hiphopterm voor ‘groep’.

De elementaire bewegingen van breakdance hebben hun oorsprong in de zwarte jazzcultuur en zijn geïnspireeerd op de acrobatische bewegingen uit de charleston en de lindy hop. Breakdance kent invloeden van Afrikaanse dansen, Braziliaanse capoeira, Chinese vechtsporten en zelfs turnen. Bewegingen die staand worden gedaan, worden toprocks genoemd. De meest krachtige bewegingen zijn powermoves en kenmerken zich door arm- en benenwerk dat spierkracht vraagt. Ze worden vaak laag bij de grond gedaan, met alleen de handen of schouders als steunpunt. Zo kenmerkt de flare zich door het scharen van de benen, en de turtle door rondjes draaien op je handen met gebogen ellebogen en knieën. De bekendste moves zijn de windmill (snel draaien over je schouders) en de headspin, draaien op je hoofd waarbij de benen verschillende bewegingen maken.
Andere stijlen uit de beginperiode zijn electric boogie / popping en locking. Popping maakt gebruik van snelle spierisolaties waardoor het lijkt alsof er schokken (pops)door het lichaam van de danser gaan; als een robot of als een marionet bewegen valt hieronder. In locking worden de bewegingen korte tijd vastgezet, waarna ze weer vloeiend doorgaan; locking is soms komisch en wordt vaak afgewisseld met mime.

Na een dip van enkele jaren was breakdance eind jaren ’90 weer helemaal terug. Tegenwoordig wordt ook wel gesproken van ‘old school’ en ‘new school’. Onder old school verstaat men de stijl zoals die in de beginperiode rond de jaren ’80 werd gedanst, met popping en locking; new school is alles wat daarna kwam. Omdat je alleen een echte hiphopper bent wanneer je steeds vernieuwt, komen er steeds meer nieuwe moves. Ook ontwikkelen zich nieuwe hiphopdansstijlen, zoals krumpin’, clowning en lyrical hiphop waarbij de dans een verhaal vertelt. In de film Rize van David LaChapelle uit 2005 is te zien hoe de acrobatische krijgsdans krumpin’ vanuit Los Angeles de wereld veroverde.

De kleding die breakers dragen is vaak wijd. Ze dragen een doek of muts op het hoofd om makkelijker te kunnen draaien. In de levensstijl die hiphop genoemd wordt is het overigens van groot belang ook volgens de laatste mode gekleed te gaan. Van een undergroundcultuur is hiphop in dertig jaar een populair en gerespecteerd genre geworden. Bijna elk land met een eigen breakdancescene heeft naast battles kampioenschappen. In Duitsland wordt al bijna twintig jaar de Battle of the Year gehouden, waar duizenden dansers aan mee doen.

Het centrum van de hiphopscene in Nederland is Rotterdam, waar groepen als Freezone en 010Bboys vandaan komen. Daar leiden sinds 2002 ex-leden van deze groepen Aruna Vermeulen, Benny Semil en Lloyd Marengo het Hiphophuis, waar zij les geven. Naast hen zijn veel breakdancers van het eerste uur inmiddels docent en hebben hun eigen school, zoals Reshmay, Indirah Tauwnaar en Eszteca. Breakdance is te zien in battles, maar ook in voorstellingen op scholen en in theaters. Breakdance crews geven demonstraties en maken choreografieën. Choreografen als Conny Jansen en Ed Wubbe werken samen met breakers in moderne dansvoorstellingen. De roep om een hiphopcanon en een eigen gezelschap klinkt op.